“You see, the devil haunts a hungry man; if you don’t wanna join him, you gotta beat him. I ain’t sayin’ I beat the devil, but I drank his beer for nothing, and then I stole his song”
– Kris Kristofferson
Dit is niet je standaard Neggersverhaal. Eigenlijk is dit verhaal überhaupt geen verhaal. Het heeft geen literaire spitsvondigheden, het heeft geen malle personages die met een beteuterd gezicht in de stoptrein naar Weert zitten, met een ongeopende zak van de Burger King op schoot. Het heeft geen motieven, geen geconstrueerde spanningsboog, en ik doe ook niets opmerkelijks met het vertelperspectief.
Waar het wel over gaat? Over Big Tech. Nee, wacht: laat me dat herformuleren. Het gaat dus juist níet over Big Tech. Het gaat erover waarom ik de Tech Bro’s beu ben – nee, nog een correctie: het gaat erover dát ik ze beu ben. Het feit dat je dit verhaal aangeklikt hebt, maakt dat ik hoogstwaarschijnlijk niet uit hoef te leggen waaróm (en dat doe ik voor het gemak dus ook niet).
Maar als je klaar bent met de monopolie van Big Tech, dan is het alsnog een teringklus om de daad bij het woord te voegen. Spoiler: het is me niet gelukt om óveral onderuit te komen, maar het was, toen ik eenmaal geaccepteerd had dat ik een paar stevige keuzes ging maken, óók niet onmogelijk.
In het afgelopen jaar heb ik stapsgewijs mijn afhankelijkheid van (Amerikaanse) Big Tech onder de loep genomen – meegenomen dat ik daarmee ook qua data-privacy ook een stuk behoorlijk aangeschoten wild was. Natuurlijk: je op internet begeven is data lekken, echte privacy bestaat niet en ik heb in geen geval de illusie dat de Zuckerbergs, de Pichais en de Cooks van deze wereld ervan wakker liggen dat ik ze uitgefaseerd heb. Ik zal ook vast overlopen van hypocrisie en naïviteit, maar soit: ben de verandering die je wilt zien in de wereld etcetera etcetera en alles en dingen.
Goed: het wat van de hele onderneming.
Het ging me om een aantal dingen: social media, mijn afhankelijkheid van niet-europese en ondoorzichtige (dure) servers, en mijn groeiende chagrijn rondom geplande obsoletie van consumenten-tech (laptops, tablets, telefoons) die qua hardware nog jaren goed zijn, maar volgens de makers per direct vervangen moeten worden, à raison de 1000, 1500, 2000 euro per stuk, en vervolgens op een vuilnisbelt komen te liggen die tot de hemel reikt (ik hoor jullie, Windows 10 gebruikers).
Dus de regels waren als volgt: ik ging kritisch kijken naar mijn social media, ik ging kijken of ik van Apple (en gmail) af kon, of ik van mijn vreselijke Microsoftabonnement af kon, of er andere opties waren voor iphones, ipads, en computers. Liefst Europees, liefst open source.
Nogmaals, ik zeg niet dat ik de waarheid in pacht heb, en ik zeg niet dat ik nergens meer informatie lek op het internet – en ik zeg óók niet dat ik me volledig losgeknipt heb van alles wat ook maar riekt naar big tech, maar áls je dit leest, en je hebt het tot hier gered, ga ik ervan uit dat je geïnteresseerd bent hóe ik gedaan heb wat ik gedaan heb, wat ik gevonden heb, en of een mens zich daar als normale niet-technerd zich daar ook een beetje doorheen kan worstelen (spoiler: met een beetje hulp lukt dat prima).
Goed. Daar gaan we.
Eerste stap: mijn laptop
Mijn laptop was het eerste wat onder handen ging: in plaats van een nieuwe macbook (die – 1069 euro – op de planning stond) kocht ik een tweedehands Thinkpad uit 2018 (300 euro), en zette er via een USB-stick die ik nog had liggen het open source besturingssysteem Linux Mint, van Fransman Clément Lefebvre op (0 euro, maar ik heb vrijwillig een tientje gedoneerd). Niks engs met terminals en coderen om het geluid wat harder of zachter te zetten: Linux Mint is fool-proof, duidelijk, en lijkt in zekere zin meer op Windows 95 dan Windows zelf.
Ik ben schrijver, dus ik handel in kilobytes (mijn hele oeuvre beslaat een MB of 50), maar ook podcasts editen (Audacity, open source, 0 euro) kan mijn acht jaar oude laptop nog prima aan. Linux Mint 22.1 (daar zitten we nu) wordt nog minimaal tot 2029 ondersteund, maar de kans is vrij groot dat onze Franse vrienden ook in de volgende versies (om de pakweg drie jaar komt er een nieuwe versie), mijn laptop nog wel wat meer tijd gunnen. Het is schoon, het is enigszins minimalistisch, en ehh it just works.
De programma’s die ik erop heb staan om Big Tech Software te vervangen:
- Browser: Vivaldi (Noors, grotendeels open source)
- Word, Excel, powerpoint: Libre Office (open source)
- Mail, VPN en wachtwoordbeheer: Proton (Zwitsers, open source, pro-abonnement van 40 euro, maar je kunt ook een gratis abonnement nemen)
- Cloud Drive: Murena Workspace, opgebouwd vanuit Nextcloud (Frans/Duits, open source, 64 gigabite voor E39,90 per jaar – maar je kunt ook een gratis abonnement nemen van 2 gb)
- En, vrij specifiek voor mij, en mijn schrijvende vrienden die dit lezen: het schrijfprogramma Zettlr (Duits, open source, gratis, al heb ik bij het installeren vrijwillig een tientje gedoneerd).
- Mijn zoekmachine is Duckduckgo (Amerikaans, maar wel open source), wat onder de streep min of meer dezelfde resultaten oplevert als Google, maar niet je data trackt, en ook geen advertenties toont.
- Mijn website draait niet meer via Squarespace, maar via Hostnet (Nederland) en WordPress.org (internationaal, open source).
- Toen ik hoorde hoe weinig muzikanten kregen bij Spotify, besloot ik weer ouderwets platen te kopen, en digitale muziek (via Bandcamp), die ik verzamel in mijn cloud-opslag van Murena (zie boven). Mijn platenkast heb ik opgenomen en ik heb nu weer een soort ouderwetse mp3-spelersituatie. Op mijn telefoon luister ik muziek via VLC, op mijn laptop via Quod Libet. Het tapt allebei uit dezelfde Murena Nextcloud map, waar ik al mijn nieuwe muziek in plak. Ik merk dat ik ook weer met meer aandacht muziek luister, wat echt een prachtige bijvangst is.
De schade tot op heden: twee keer een tientje vrijwillige donatie, plus een jaarlijks bedrag van 80 euro, die naar Europese moreel toch net wat minder verwerpelijke tech-bedrijven gaat.
En dan: mijn telefoon
Toen brak het scherm van mijn iphone, en dacht ik: ja, tja. Een nieuwe iphone, ik wilde juist úit de Walled Gardens van Big Tech, toch?
Het werd geen nieuwe iphone, maar een refurbished pixel 5 uit 2020 (à 130 euro, ongeveer evenveel als een nieuw scherm op mijn iphone), waar ik het eerdergenoemde Franse Murena e/os op zette (zag eruit als een intimiderende klus, viel uiteindelijk wel mee). E/os is open source, gebouwd rondom het idee dat data-privacy niet perse hoeft te betekenen: geen gebruiksgemak.
Ik kocht geen Fairphone (Nederland) – maar had het kunnen doen – maar een oude Pixel, want, nouja, wat is nog duurzamer dan een duurzame telefoon: een afgedankte telefoon. Maar, mocht je een nieuwe telefoon willen: Fairphone 6 is shiny, repareerbaar en wordt jaren en jaren ondersteund.
Maar goed, ik ging dus voor een pixel met Murena e/os – ook omdat de workspace (laten we zeggen: Murena’s icloud) gebouwd was op Nextcloud, wat het bijzonder makkelijk te koppelen maakte met mijn Linux Mint laptop.
- Ik wisselde whatsapp in voor Signal. Verdacht veel mensen in mijn omgeving hadden ook al Signal, zo bleek. Mijn ouders, en een paar vrienden moesten even overtuigd worden. Slechts één van mijn collega’s weigert en stuurt me tegenwoordig weer sms’jes als ze me nodig heeft. Ook prima.
- Bij e/os kun je anoniem inloggen in de Google Playstore, zodat je alle android apps gewoon kunt downloaden. Mijn bank-app, Outlook (als middelbareschooldocent ontkom je daar niet aan) etcetera werken zonder enig probleem. In plaats van Google Maps gebruik ik de e/os kaarten-app, die, toegegeven, niet zo state-of-the-art is als Google Maps, maar me verder altijd precies brengt waar ik moet zijn.
- Verder: Proton Mail, Proton VPN, Proton Pass, Vivaldi, VLC: het werkt allemaal gewoon.
- Contactloos betalen – dat is een lastige. En zeker als je soms je portemonnee vergeet. Gelukkig leerde ik over de europese app Curve, die in elk geval te koppelen was met mijn credit card. In uiterste noodgevallen kan ik dus alsnog met mijn telefoon betalen, maar eerlijk gezegd ben ik alweer gewend aan het gebruiken van mijn pinpas.
- Foto’s sla ik, op advies van een goede vriend die toevallig ook fotograaf is, gewoon lokaal op, op mijn telefoon. Eéns in de zo veel tijd zet ik de hele zwik over op mijn laptop, en af en toe maak ik een back up op een SSD. Eerlijk is eerlijk: hoe vaak kijk je die foto van dat dessert op dat ene pleintje in Lyon op 19 augustus 2021 nou echt terug?
En die ipad die ik nog heb liggen? Nouja, die blijft voorlopig gewoon liggen, volledig ontkoppeld van alle apple diensten – maar wél ook met mijn Proton apps, Vivaldi én Nextcloud.
Maar goed: dan hebben we het meest ronkende beest natuurlijk nog niet in de bek gekeken: social media.
Social Media en hoe mijn leven met de weggesneden app leuker wordt (maar ik er niet aan ontkom)
Er was een tijd dat ik Twitter, Facebook, Instagram, Whatsapp, Youtube, Goodreads en Reddit had. Het waren de roaring jaren tien, en alles was geinig en vrolijk en leuk – tot het dat ineens niet meer was. En ja: het allerliefst zou ik géén social media hebben. Maar ik heb er nog twee (en een half) over. Instagram, Goodreads en Youtube. En hoe heerlijk het was om al die andere dingen weg te snijden, en hoe bevrijdend het voelde (ik kan het iedereen aanbevelen) de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat die drie er voorlopig nog niet uit gaan.
Naast dat ik docent Nederlands ben, ben ik ook schrijver. En schrijver zijn in 2025 betekent ook dat je op zijn minst zichtbaar en vindbaar moet zijn. Dus ik heb instagram. Doe ik er veel mee? Nee, ik heb het. Ik verfoei het, maar ik heb het. Ik heb een stuk of 1200 volgers, waarvan ik er waarschijnlijk op een goede dag een stuk of 300 ook daadwerkelijk bereik, maar goed: driehonderd is meer dan niemand, dus ik blijf er voorlopig maar mee doorgaan. Of ik moet ineens 500 mensen zo gek vinden om zich in te schrijven voor mijn Nieuwsbrief Extravaganza (die zó onregelmatig is dat er moeilijk iemand voor te porren is). Ik heb Pixelfed (hartstikke sympathiek) geprobeerd. Ik heb Mastodon (hartstikke sympathiek) geprobeerd. Maar als jullie allemaal niet meegaan is er natuurlijk ook gewoon geen hol aan. Dit is iets wat we met zijn allen moeten doen, of niet. En het werd dus: niet.
Op Youtube volg ik een aantal makers (ik noem er eens vier van mijn lievelings: Project Kamp, Kurzgesagt, NOS op 3, Levi Hildebrand) maar heb ik de rest van het algoritme uit staan. Het is even wat klikken, maar je kunt regelen dat je alleen de kanalen ziet waarop je geabonneerd bent.
En Goodreads, ach Goodreads. Het is zó jammer dat Goodreads van Amazon is. In essentie is het natuurlijk geweldig: je volgt her en der wat literaire vrienden, je volgt wat auteurs die je goed vindt, je ziet links en rechts eens wat die en die van dat en dat boek vindt, en je houdt voor jezelf een beetje bij wat je leest.
En wat is het toch jammer dat wat (geen idee hoeveel en wat) ermee verdiend wordt, de zakken van Jeff Bezos in gaat. Maar ook hier: ik heb twee of drie alternatieven gezien, maar daar zitten jullie, mede-goodreaders niet. En dan vergaat me de lol toch alweer snel.
Conclusie
De conclusie is: we zijn helemaal niet zo afhankelijk van (A) Amerika en (B) Big Tech als we denken. Het is vooral een kwestie van wíllen. En hoewel het een behoorlijke klus was om het allemaal uit te zoeken (wat is goed, wat is betrouwbaar, wat werkt wel voor me, wat niet, etcetera etcetera), het kán dus wel degelijk.
En ja: ik heb nog Goodreads (hypocriet!) en ik heb nog Instagram (nog hypocrieter!) en van alle opties die ik aandroeg, zal er vast ook wel een programmeur een stiekeme cryptocurrencyvault in een enge dictatuur hebben gestald, waar mensenrechten met de voeten getreden worden (naïef, naïef!), maar hé – ik probeer het gewoon goed te doen, afgemeten aan mijn eigen meetlat.
En nee: ik zeg niet dat iedereen dit moet doen omdat je anders een cynisch geworden slachtoffer van het grootkapitaal bent. Maar dit zijn de keuzes die ík gemaakt heb.
Om Kristofferson nog maar eens aan te halen: I ain’t saying I beat the devil, but I drank his beer for nothing.
Ik zeg je niet dát je moet drinken, maar ik heb je in elk geval wel gewezen waar het bier staat.
*Update: hoewel /e/os als smartphone OS superfijn is, kwam ik erachter dat de cloud-suite van Murena relatief duur is, en soms ook wat traag. Ik vond bij Hetzner ‘Shared Storage’ in Duitsland, een gemanagede Nextcloudomgeving voor 5 euro per maand voor een Terabyte, inclusief de mogelijkheid om kalenders, contacten en foto’s automatisch bij te houden. Het mooiste: je kunt je TB’s delen (met je ouders, je familie, je vrienden). Open source, betaalbaar én niet gebonden aan ófwel Google, ófwel Microsoft, ófwel Apple.